dinsdag 18 augustus 2009

In de manteling bij Domburg

In de spannen luwe stilte
In de wieg van ‘t glooiend mos
Lig ik: boven vaart de zilte
Zeewind over ‘t neigend bosch.

Al de toppen wuiveblinken
In der zonne gouden lust
Wijl de dorre bladers zinken
Om mij heen tot rosse rust.

IJle voglevluchten rissen
Achter weemlend twijgenweb
‘t Zijn de meeuwen die gaan visschen
Met den wederkeer de eb…

Ieder jaar wordt sneller ouder,
Vroeger avondt elke dag,
Maar mijn hoofd rust op uw schouder
En ik hoor uw harteslag.

Boven drijft het leven over,
en geen schijn of schaûw ontgaat:
Elke siddering in ‘t loover
Spiegelt over uw gelaat.

Als een god die zou beluistren
Aarts gerucht uit hemels vreê,
Hoor ik uwen adem fluistren
Door de stem van wind en zee

P.C. Boutens